Wéér stereotypering. Toeval?

Etniciteit en censuur, etnisch profileren en doofpotcultuur, wat een smerig moddergevecht is dat toch geworden binnen de (sociale) mediawereld. Of het nou bij de nieuwsbron of de consument (cq. lezer) vandaan komt; etniciteit is in bijna iedere actualiteit een punt van discussie.

Sommige nieuwsbronnen halen etniciteit aan alsof het een misdaad op zich is, en andere nieuwsbronnen ontkennen het bestaan van etniciteit op zich. De ene lezer gooit deze discussie op ons recht op eerlijke informatievoorziening, en de ander gooit het vervolgens op het risico op stereotypering. Alsof een logische middenweg gewoon niet meer mogelijk is. Wie mijn blogs een beetje volgt, weet inmiddels dat ik geen hoge dunk heb van de invloed van de media op onze beeldvorming en de manier waarop wij vervolgens daarvan wegkijken, maar verval in (online) scheldpartijen en wantrouwen is dan weer een andere discussie te noemen. Zou etniciteit wel -of niet mogen worden benoemd in de media? Waar ligt de grens tussen de doofpot en vrije informatievoorziening? 

Wat een leuke vraag om vandaag mijn vingers aan te branden.

Allereerst: Nederland is een rechtsstaat. Dit betekent dat alle burgers recht hebben op een gelijke behandeling, en beschermd worden tegen iedere vorm van willekeur vanuit de overheid. Je weet wel, trias politica, legaliteitsbeginsel, gelijke rechten, enzovoorts. Binnen deze wetgeving geldt onder andere het recht op de “vrijheid van meningsuiting” en zijn het maken van racistische uitingen en opruiing verboden. Het is alleen voor vrouwe Justitia verdraaid lastig om te bepalen waar de grens ligt tussen de vrijheid van meningsuiting enerzijds, en het verbod op racisme en opruiing anderzijds. En precies te midden van deze tegenstelling bevindt zich een soort overheidsbemoeienis-luwe zone, onder de noemer van “de vrijheid van drukpers”. Een maas in de wet, gevormd door de wet. Dit is waar de journalistiek zich verborgen houdt en bijna de volledige vrijheid heeft om op etniciteit te profileren en speculeren onder de noemer van “framing”, een communicatietechniek waarmee bepaalde aspecten van een nieuwsbericht op slinkse wijze worden belicht -of onderbelicht, waardoor het verhaal inhoudelijk een bepaalde richting op wordt getrokken. 

Wat we vervolgens zien is dat de ene nieuwsbron al gaat censureren zelfs nog voordat er feiten bekend zijn, terwijl andere bronnen met niet-smakelijke bewoordingen op bepaalde etnische groepen zeiken alsof het doodnormaal is. Twee verschillende nieuwsbronnen kunnen zo eenzelfde gebeurtenis een eigen “tintje” geven. Tussen de lezers treffen we vervolgens het brulvolk aan dat eist dat “het beesie bij ze naam” genoemd wordt en iedere vorm van etnisch-neutrale berichtgeving ziet als censuur, terwijl aan de andere kant de moraalpleitende gütmenschfiguren al na het horen van een willekeurige nationaliteit een signaal binnenkrijgen op de racismeradar, en dit met veel duidelijke taal proberen te verdedigen. Verdeeldheid is het gevolg van ons mediabeleid, c.q. informatievoorziening.

Onze rechtsstaat beschermt ons niet tegen de willekeur van de journalistiek. De media wint terrein, en de burger legt het af. 

Goed, het volgende puntje van kritiek. De meeste mensen zien gewoon niet (maar dan ook écht niet) het verschil tussen een Turk, een Jood, een Marokkaan of een Indo. Laat ik er voor de goede orde vanuit gaan dat dit niet niet aan bevooroordeeldheid en desinteresse kan worden toegeschreven, en gewoon een paar logische redenen opnoemen waarom dit onderscheid niet altijd te maken is. 1) Er bestaat niet zoiets als één specifiek stereotype persoon binnen een etnische groep. Dat verschil ontgaat mij ook niet wanneer ik, als autochtone Nederlander afkomstig uit het Gooi, tussen de platte Amsterdammers zit. 2) Ervaring speelt een grote rol in de beeldvorming over hoe iemand van een bepaalde etniciteit eruit hoort te zien. Iemand die in een multiculturele stad opgroeit zal andere associaties hebben bij het horen van woorden zoals “lichtgetint” dan iemand die op het platteland woont. En 3) etniciteit is lang niet zo’n strak afgebakend onderscheid als we zouden denken. Veel mensen, ik denk uiteindelijk wij allemaal, zijn een smeltkroes van verschillende nationaliteiten.

Laat ik het nu iets meer concreet maken.

Stel, de politie is op zoek naar een verdachte van inbraak. Een ooggetuige heeft iemand zien wegrennen, en op basis van deze ooggetuigenverklaring doet de politie een klopjacht naar een persoon met “Noord-Afrikaans uiterlijk”. Het klinkt misschien als een treffende beschrijving, aangezien we daar allemaal een beeld bij hebben. Maar geeft 1) deze beschrijving duidelijk en ondubbelzinnig weer hoe de persoon eruit zag? Op basis waarvan komt de ooggetuige met deze verklaring, persoonlijke ervaring of weer de mediaverhalen? 2) Komt ons stereotype beeld overeen met dat van de ooggetuige, en hoe weten we dit zo zeker? Dit soort vragen horen wij onszelf wel te stellen. Welnu, stel wanneer in het geval van dit opsporingsbericht, ík degene was die was weggerend en door de ooggetuige omschreven moest worden, was gissen naar mijn etniciteit dan zinvol geweest? In dat geval was de politie op zoek geweest naar iemand met “Noord-Europees” uiterlijk. 3) Vul maar in welk stereotype beeld dit oproept. Klinkt dit alles als een geslaagde zoekactie? Nee, maar het is wel weer een wijzende vinger naar een bepaalde groep mensen. 

Dit zijn misschien broodnuchtere filosofische gedachten, maar wanneer we het hebben over mensenrechten kunnen we hier niet onderuit. Wanneer de (digitale) politie een beroep gaat doen op dit soort subjectiviteit, lopen we tegen grote problemen aan. In de rondte meppen met speculaties over etniciteit zou onmiddellijk moeten worden verbannen worden uit de media. Het is volstrekt overbodig en werkt rechtstreeks op onze beeldvorming, waar de meeste mensen nou eenmaal verdomd gevoelig voor zijn. Iets wat speculatief mag niet door het slijk gehaald worden, en kan daardoor net zo min in de doofpot gestopt worden.  

Maar goed, hoe zit het dan wanneer de feiten er echt niet om liegen? Ik vind dat er niets mis hoeft te zijn met het benoemen van de feiten -en dus ook nationaliteit, maar alleen wanneer dit ook echt met zekerheid bekend is over een persoon die zonder twijfel schuldig is bevonden aan iets. Maar als het beestje dan zo per se bij “ze naam” genoemd moet worden, maak dan ook geen onderscheid tussen de één en de ander. Die gestoorde gek in Charlottesville met z’n auto, dát was terreur. Het huis van Thierry Baudet, Anders Breivik, Karst T., Columbine, vul het lijstje maar aan, ook dat waren allemaal terreuracties. Wanneer mediabronnen dergelijke misdaden niet beschrijven als terreurdaad maar “activisme”, gaan mijn haren overeind staan. Iedereen die met een auto, wapen of charisma een menigte bestormt is een terrorist. Etniciteit of religieuze motieven daarbuiten gelaten.

En dit van tafel vegen is stereotypering en censuur in één. Van de bovenste plank.

Geeft dit ons vervolgens het recht om Hamburg volledig in puin te leggen bij wijze van tegengeluid? Nee, natuurlijk niet! Geen enkele maatschappelijke tegenstelling geeft ons het recht om ons als klootzak te gedragen. Wij moeten ons realiseren dat wij de toon zetten en de media ons als melkkoe gebruikt, en niet andersom. Hopelijk wordt de media ooit nog door de overheid erkend als vierde macht binnen de trias politica, en ontwikkelen we al samenleving nog een gezonde ethos over hoe we hier mee om horen te gaan. En tot die tijd ligt de bal bij ons, niet-klootzakken. Ons recht om beschermd te worden tegen iedere vorm van willekeur vanuit de overheid en media, kunnen we het beste afdwingen door kritisch zijn over wát we lezen en hóe we het lezen. En geen klootzak te zijn. 

En nee, dat heeft niks te maken met wegkijken. Laten we daar vooral niet dubbelzinnig over doen.