“Een leven vol vergissingen”

Als schrijver houd ik mij doorgaans bezig met de harde realiteit, en verleden maand had ik weer zo’n ervaring van realiteitsbesef in het kwadraat op de dag dat ik dit pareltje in handen kreeg. Een autobiografie, geschreven door mijn oudtante die samen met haar zus (de vrouw die later mijn moeder op de wereld zou zetten) tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken heeft gezeten en de holocaust heeft overleefd. Het boek bevat documenten van de burgerlijke stand, overlijdensberichten vanuit Polen, stambomen en heel veel foto’s van mijn familie. Ik zie een duidelijk plaatje van een Sefardisch Joodse familie, voor mij herkenbare, doch onbekende gezichten van mijn familie aan moederskant. Voor mijn oudtante daarentegen was dit haar familie. Dit waren haar geliefden, dit waren gezichten die ze op een dag nooit meer teug zou zien. 

Het is een buitengewoon tragisch verhaal over een oorlog die veel te veel slachtoffers heeft gemaakt, een verhaal over de periode tijdens- en na de oorlog. Wederom sta ik naast mijn voetstukje van realiteit. Ik betrap mijzelf erop om woorden verlegen te zitten, hoe hard ik er ook naar zoek. Ik voel mij nietig als schrijver en machteloos als mens, ik ben trots en verdrietig tegelijk.

In het voorwoord schrijft schrijft mijn oudtante: “Vaak vraag ik mij af, hoe komt het dat ik ben zoals ik ben, van wie zou ik het hebben, maar niemand die het weten kan. Misschien zou, zonder die oorlog, die vraag niet aan de orde zijn gekomen. Want zonder die oorlog was ik heel iemand anders geweest. Alleen weet ik niet wie. (…) De oorlog bracht mij als Joods meisje met vier Joodse grootouders in omstandigheden waarvoor ik geen opleiding had genoten, belaadde mij met schuld omdat ik het er levend van af heb gebracht.”

Het zette me allemaal flink aan het denken, met name die laatste zin. Want de oorlog was niet voor iedereen voorbij nadat we waren bevrijd, dat is een gegeven. Oorlogsslachtoffers hebben de nalatenschap van de gruwelijkheden nog altijd met zich meegedragen, hetgeen later zijn weerslag zou hebben op hun nakomelingen. En op exact die manier heeft de oorlog ook bij mij thuis af en toe zijn geluiden laten horen. Ik vind het niet nodig om hierover in detail te treden, maar wie mij persoonlijk een beetje kent of mijn columns een beetje volgt, weet dat mijn jeugd mij niet bepaald op rolletjes verlopen. Een kielzog waarin ik het bijna met de dood heb moeten bekopen. 

Maar goed, inmiddels zijn we jaren verder en heb ik mijn leventje weer op de rit, liefhebbend, schrijvend en gelukkig. Ik heb altijd gedacht dat ik het schrijven van mijn vader had, maar dat de sterke linguïstische ontwikkeling ook moederskant vertegenwoordigd was, heb ik eerlijk gezegd nooit geweten. Ook mijn oudtante was schrijfster met heel haar hart, linguïstisch begaafd als ze was. Ze was beeldend in haar woordkeus, ze kampte met schuldgevoelens omdat ze de oorlog had overleefd, en op zoek naar een uitlaatklep zette ze haar verhalen op papier. Ik herken mijzelf in haar woordkeus, haar toonzetting en de schuldgevoelens waar zij mee rondloopt. Ik kan met geen woorden uitdrukken hoe dankbaar ik ben dat ik dit boek in mijn bezit mag hebben en hoe rauw de werkelijkheid is, nog altijd. 

En ook al heb ik dankzij dit boek meer geleerd over mijn familiegeschiedenis en mijzelf, af en toe komen er vragen naar boven waar ik geen antwoord op kan geven. Is deze overeenstemming die ik ervaar niet gewoon maar een hersenspinsel is van mijzelf? Is deze nalatenschap gewoon een samenloop van omstandigheden, of is die rotoorlog waar mijn oudtante over schrijft indirect ook de reden waarom het mij te pakken heeft gekregen? Hoe kan het dat ik ook ben gaan schrijven, heeft het verleden mij gedetermineerd om mijn frustraties in woorden te kunnen omzetten, of is het kunnen schrijven gewoon genetische aanleg? Een sluitend antwoord op de vraag zal ik nooit kunnen geven. 

Ik kan me mijn oudtante nog redelijk goed herinneren uit mijn vroege jeugd, en de keren dat mijn moeder en ik bij haar op bezoek gingen in Amsterdam. Ik herinner me dat broodje uit de oven dat ik altijd van haar kreeg, dat popje dat mijn moeder voor me kocht daar in een nabijgelegen antiekwinkeltje… Spijtig genoeg heb ik mijn oudtante nooit gekend als de volwassen vrouw die zij was, en sinds ik dit werk van haar in handen heb denk ik veel aan haar. Ik ben het des te meer gaan waarderen dat ik haar heb gekend en dat ik (nog) in leven ben, maar tevens ben ik mij des te meer gaan afvragen hoe dat mogelijk is. Zoals mijn oudtante schreef in een passage aan haar broer die in Auschwitz is omgekomen: “(…) Ik heb het gemaakt, maar vraag me niet hoe. Ik mis je.”

We kennen allemaal het gezegde dat “de geschiedenis zich herhaalt”, wat in dit geval ook echt zo is. In 1992 zat mijn oudtante haar verhaal op te tekenen achter de typemachine, en anno 2018 zit ik met gelijksoortige hersenspinsels én woordkeus achter mijn laptop mijn eigen verhaal weg te tikken. Ik heb het leven mogen krijgen en ik heb het er ondanks alles levend vanaf gebracht, maar ik heb geen idee hoe het mogelijk is. Dankzij dit harde werk van mijn oudtante, en de moed die zij had haar verhaal op papier te zetten ben ik weer een bijzondere ervaring rijker. Trots ben ik dat ik deze nalatenschap al schrijvend en op positieve wijze kan navertellen, hoe donker de familiegeschiedenis ook is. Liefde duurt voort en krachten kunnen bundelen, ook wanneer en tijd, afstand en de dood ertussen is gekomen. 

Ook dat heeft zij vast wel geweten….

 

Voor u, lieve oudtante.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *