Een gore hypocriete pleurislijer (?)

Toen ik deze pagina uit de grond stampte wist ik van tevoren dat ik positieve reacties zou krijgen, maar dat ik ook gezien de toonzetting minstens zoveel weerstand kon verwachten. Natuurlijk had ik over kneuterige zaken kunnen schrijven, maar onderwerpen als glutenvrij voedsel, babykonijntjes en designerkleren staan me nou eenmaal niet aan. Liever voer ik goede maatschappelijk georiënteerde discussies en speel ik een potje zoek-de-waarheid met gelijkgestemden en dit groepje mensen is helaas dun gezaaid. Buitendien is het niet meer dan redelijk om als columnist in de openbaarheid te treden, want wie duidelijke taal durft te spreken moet ook openstaan voor kritiek.

Laatst vroeg iemand mij of ik niet bang ben om de mensen in mijn omgeving tegen het zere been te trappen. Die angst heb ik absoluut niet, het is juist mijn doel het op te nemen voor een kleine minderheid. Maar die vraag zette mij daarentegen wel even aan het denken.

Het zit zo: wanneer mensen aanstoot nemen aan mijn woorden is dat hun vrije keus, maar dit is niet de reden waarom ik mijn columns ben gaan publiceren. Nee, mijn harde woordkeus is slechts een middel om mijn maatschappelijke wensen uit te beelden, en om dat te kunnen begrijpen zal je tussen de regeltjes door moeten lezen. In theorie zou ik echter kunnen stellen dat ik met mijn woordkeus sommige mensen onderuit haal (als dit zo wordt ervaren), ik daarmee een bepaalde toon zet en dus een negatieve voorbeeldfunctie heb. En hiermee zou ik precies het tegenovergestelde bereiken van wat ik wil bereiken, namelijk dat mijn columns bijdragen aan een negatieve beeldvorming.

Met andere woorden, ben ik niet gewoon een gore hypocriete pleurislijer? Wat een leuke vraag.

Om te beginnen zou het typisch twee-duizend-zoveel zijn om mijn woordkeus in te dekken onder de noemer van de vrijheid van meningsuiting, maar dat is natuurlijk onzin. De gejuridiseerde samenleving is voor veel mensen een excuus om te roepen dat wat niet strafbaar is ook gewoon is toegestaan, maar er bestaat ook nog zoiets als morele verantwoordelijkheid. Dus de vraag is eigenlijk, is de woordkeus en toonzetting in mijn columns moreel verantwoord? Vind ik het moreel verantwoord om Peter R. de Vries te verzoeken zijn vuist uit zijn reet te trekken? Vind ik het verantwoord om mensen die homevideo’s van een ondergezeken BN’er verspreiden te betichten van smaakloosheid, of om mensen die meededen met de Ice Bucket Challenge voor aandachtsgeile mietjes uit te maken?

Het antwoord op die vraag is: Jazeker. Want als je het mij vraagt zegt woordkeus niets over de vraag of een boodschap moreel gezien verantwoord is. Een mens kan met snoeihard taalgebruik een moraliserende boodschap neerzetten en andersom met neutrale bewoordingen een persoon glashard onderuithalen. Dit is wat je “passieve agressie” noemt, een grijs gebied waar binnen de “hogere” regionen zoals de advocatuur, de politiek en de financiële sector, mensen hun brood mee verdienen. Morele verantwoordelijkheid ligt dus niet zozeer besloten in woordkeus maar in een zekere intentie, en die intentie bevindt zich, helaas voor de mensen die daar nooit komen, tussen de regeltjes in.

Neem nou als voorbeeld de omstreden tweet van Anne Fleur Dekker: “Ik wil een taart op @thierrybaudet gooien”. Op zich zit in haar woordkeus weinig agressie besloten. 1) Ze “wil” iets dus erg stellend is ze niet, 2) “taart” is nou niet echt een levensbedreigende worp te noemen, en 3) “gooien” is nog best een nette woordkeus. Wanneer je er rekening mee houdt dat linkse activisten eerder een oproep deden om rechtse politici te bekogelen met taarten gevuld met pis, stront en menstruatiebloed, komt deze tweet in een nog vreemder perspectief te staan. Hoe soft de woordkeus van Dekker ook mag zijn, het gaat om een invloedrijke politicus die met weinig woorden een concurrerende politicus op smaakloze wijze onderuit haalt.

Maar goed, terug naar mijzelf. Idealiter zou ik natuurlijk moralistische beogende columns met positieve het-leven-is-mooi-bewoording kunnen schrijven. Maar als we het erover eens kunnen zijn dat je met diezelfde het-leven-is-mooi-bewoording net zo goed iemand de dood in kan wensen, kan ik toch echt niets anders doen dan stellen dat woordkeus echt nul betekenis heeft? Ook al had ik die plasseks-video spammende medemensen verzocht het voortaan alsjeblieft toe-nou-kom-op-zeg-hee niet meer te doen, verander ik alleen mijn (nietszeggende) woordkeus. De intentie dat ik het wil opnemen voor een Patricia of een familie Holloway, blijft ongewijzigd.

Dus terug naar de vraagstelling, een gore hypocriete pleurislijer: ja of nee? Als je het mij vraagt ben ik dit in theorie niet. In de praktijk geldt wel dat mijn columns verkeerd begrepen kunnen worden door de grofgebekte uitlatingen en dat ik een zekere verantwoordelijkheid draag om de intentie die tussen de regeltjes besloten ligt iets meer naar voren te halen. Om deze reden probeer ik altijd zoveel mogelijk kanten van het verhaal te belichten waardoor ik het verhaal inhoudelijk probeer te nuanceren. Maar goed, ook dat moet de lezer maar net opvallen. Hopelijk is dit verhaal in ieder geval duidelijk en ondubbelzinnig genoeg geweest.

En tot slot, Anne Fleur… He-le-maal niets persoonlijks allemaal hoor! Misschien bedoelde je het allemaal niet zo kwaad en is het gooien van een taart in jouw beleving gewoon een bijzondere uiting van liefde of waardering, uiteindelijk denk je ook dat het in puin leggen van Hamburg de wereld een beetje mooier maakt. Waarschijnlijk was een pistaart niet eens in je opgekomen, en had je gewoon zoiets als een lactosevrije, duurzaam geproduceerde en belastingvrije appel-kruimeltaart of zoiets in gedachten. *knijpt in wangetje.

Kijk, en ook daar houd ik allemaal rekening mee, zie je? Ik zei het toch… Geen gore hypocriete pleurislijer. ✔

1 thought on “Een gore hypocriete pleurislijer (?)”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *