Wanneer het ineens “dichtbij” komt

De afgelopen weken is er weer flink getornd aan mijn gevoel voor onrecht en mijn besef van realiteit. Ten eerste omdat ik zoals altijd kotsmisselijk ben vanwege alle ontwikkelingen, maar net zo kriegel ben ik om het feit dat er wéér in een korte periode een vreselijke gebeurtenis selectief is gehypet, en allerlei vergelijkbare zaken die zich parallel aan deze gebeurtenis hebben afgespeeld het daglicht van onze aandacht niet te zien hebben gekregen. We zijn echt buitengewoon selectief in het kut-voelen om het leed van een onbekende, en met name de mate waarin we dit kenbaar maken. We houden deze geknutselde vorm van empathie niet zo lang actueel en komt er weinig tot geen initiatief vanuit het altijd-zo-stille verdomhoekje. De lat van empathisch vermogen ligt hoog en de maateenheid kent twee varianten. En zo gaat het echt iedere keer. 

Ik herinner me nog heel goed een typisch voorbeeld van deze karakterloze trend, twee jaar geleden na aanslag op de Bataclan in Parijs. Letterlijk (maar dan ook echt letterlijk) ieder digitaal sociaal netwerk stond vol met kaarsjes, #prayforparis en dat soort spijtbetuigingen richting de slachtoffers van de Bataclan. Iedereen was intens verdrietig en geschrokken, en terecht natuurlijk. Echter de volgende dag, dus nog geen vierentwintig uur na de bloedvergieten, waren exact diezelfde mensen via dezelfde sociale netwerken hele soapverhalen en rampscenario’s aan het doornemen omdat er een landelijke storing was bij een grote televisieprovider, waardoor men The Voice of Holland niet kon kijken. Ja toch? Even een korte periode zwelgen in medelijden, om de volgende dag de maatstaven van realiteitsbesef weer terug te schroeven naar de nullijn. Pray for Paris, jazeker, mits we internetverbinding hebben. Wat heb ik hier toen om kunnen lachen, en wat vond ik het tegelijk betreurenswaardig. Zoiets verzin je gewoon niet.

Het is simpelweg zo dat nieuwswaarde, geografische afstand en etniciteit ten onrechte leidend is voor de mate waarin wij een fuck geven. Een fuck die geen lang leven is beschoren en maar weinig waarde heeft. Een fuck die wordt gevormd door de invloed van onze sociale omgeving, en ons behoedt van sociale uitsluiting. Een fuck die onderhevig is aan kilometers, trendgevoeligheid en culturele verschillen. Een fuck die ons even in beslag lijkt te nemen, maar we alweer zijn vergeten zodra het WK of “Boer zoekt Vrouw” op de buis komt. Een fuck die gebaseerd is op herkenbaarheid en fictieve nabijheid, en dat er nog een heleboel potentiële fucks zijn die de voorpagina niet halen interesseert bijna niemand. Onze fucktoewijzing kent geen bijster universele en consequente grondslag. Het is grotendeels gewoon de kudde volgen en niet achterblijven. 

Maar goed, we hoeven natuurlijk niet vol overgave in de ellende van iedereen te blijven hangen, we moeten wel gewoon verder met ons leven, inclusief met het kijken van commerciële kutprogramma’s, Sonja Bakker en het zeiken over de kabinetsformatie. We hebben natuurlijk geen tijd om echt mondiaal georiënteerd te zijn want dan zouden we actief op zoek moeten gaan naar betrouwbare info, en dat kost tijd en inzet. We gaan onszelf natuurlijk niet voor lul zetten door een gebeurtenis onder de aandacht te brengen waar niemand het over heeft, want dan riskeren we sociale uitsluiting. We moeten gewoon meegaan in de digitale rouwcampagne, en wel binnen elf seconden anders ben je een klootzak. Ik snap ‘m helemaal. 

Misschien blaas ik iets te hoog van de toren en is het ergens juist gezond dat we onze empathie tot op zekere hoogte kunnen beperken, in plaats van over het leed van de hele wereld te vallen. Misschien is onze sociale psychologie even beperkend als zelfbehoudend. Misschien hoeft de massacommunicatie ons niet op te leggen dat we ons altijd maar kut moeten voelen om alles en iedereen. Maar als we dan toch iedere keer graag blijk willen geven van ons medeleven, is het dan niet vreemd dat we de één boven de ander verheffen, onder de noemer dat bepaalde personen een zekere “nabijheid” hebben ten aanzien van ons? Kijk, wanneer het een klasgenoot, dochter, neef of vriend(in) betreft, dán is een gebeurtenis met oprechtheid dichtbij te noemen, maar dat de ene volslagen onbekende als “dichtbij” wordt bestempeld, terwijl de andere volslagen onbekende als “ver weg” wordt ervaren, is echt zo krom als een hoepel.

Met alle nieuwsbronnen en kennis in onze directe omgeving, kunnen nog maar weinig gebeurtenissen een psychologische kloof hebben ten aanzien van ons, tenzij we dit verkiezen. Op de hoogte zijn van een gebeurtenis aangaande het leed van een onbekend persoon betekent dat een onvoorwaardelijke fuck het gevolg is, dat lijkt mij tenminste heel logisch. Het heeft allemaal niets te maken met afstand of nabijheid, maar persoonlijke voorkeur. En dát is een ontwikkeling die ik iets te dichtbij vind komen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *